De vrouw is uiteraard het grootste slachtoffer van de PND, maar met dit schrijven wil ik de mannelijke kant ook eens belichten.
De
geboorte van Hannah liep niet op rolletjes, en uiteindelijk is ze met
een keizersnede op de wereld gezet. Nadat we van de eerste schok waren
bekomen klommen we al snel op de roze wolk. We vonden alles geweldig
want Hannah was gezond en uiteraard de allerliefste baby van de hele
wereld! Ik zeg “we”, want dat voelde ik zo. Jennifer zei af en toe wel
eens dat ze zich niet verbonden voelde met Hannah, en ze liet de
verzorging vaak aan mij over, maar daar zocht ik verder weinig achter.
Ze zei wel eens dat ze bang was niet genoeg van Hannah te houden, en
dan zei ik dat ik genoeg liefde voor Hannah zou hebben totdat zij ook
zover was. Op dit moment had ik duidelijk niet door dat Jennifer een
PND had.
Dit besef kwam pas toen Jennifer voor de tweede keer zwanger werd. Er gebeurde toen 2 dingen: gevoed door de hormonen waren haar humeurveranderingen niet te harden, maar op hetzelfde moment werd haar band met Hannah enorm hecht. Omdat ze nu echte liefde voor Hannah voelde, besefte ze des te meer dat ze waarschijnlijk na de geboorte van Hannah een PND had gehad. Ze bracht dit op een avond ter sprake, en vertelde van de slechte gedachtes die in die tijd zoal in haar hoofd hadden gespookt. Wat er tijdens zo’n gesprek aan gevoelens allemaal naar boven komt is heftig: ik ben een slechte moeder; ik ben gek; ik heb mezelf niet altijd in de hand; ik schaam me (zij). Waarom heb ik het niet gezien? Wat is er met mijn lieve vrouw aan de hand? Lopen zij en mijn kind gevaar? Gaat dit bij de volgende geboorte weer gebeuren? Wat ga ik er in hemelsnaam aan doen? (ik).
Ik stond er op dat we zo snel mogelijk naar de dokter gingen om hulp te
vragen, want zoiets los je niet zelf op. De drempel om bij de huisarts
binnen te stappen was hoog maar ik ben zo blij dat we het gedaan
hebben. Wat volgde was een aantal praatsessies tussen Jennifer en de
dokter, en dit leek te werken. De zwangerschap ging voorspoedig, al
waren de hormonale buien wel heftiger dan bij de eerste zwangerschap.
De geboorte van Evie was een geplande keizersnede, en daardoor minder
traumatisch dan die van Hannah. De eerste weken na de geboorte waren
geweldig, Jennifer voelde meteen moedergevoelens voor Evie, dus dat zat
wel snor. Zonder enige aanleiding sloeg de depressie echter toe. Omdat
ik alert was zag ik het dit keer gebeuren: Jennifer wilde soms niets
met de kinderen te maken hebben, had nergens energie voor, en wilde
soms gewoon wegvluchten voor haar omgeving (en deed dat ook wel eens,
maar alleen als ik thuis was). De situatie verergerde met de dag, en al
snel was ik bang mijn vrouw en kinderen alleen thuis te laten. Tijd
voor een bezoek aan de dokter!
Jennifer kreeg meteen anti-depressie medicijnen voorgeschreven, en dat
was confronterend omdat de depressie daardoor zo tastbaar werd. Ik
wilde verder nog van de dokter weten wat ze nog meer ging doen om dit
op te lossen, en tot mijn grote frustratie bleek dit slechts te bestaan
uit het ontlasten van Jennifer, af en toe praten met de dokter, en
afwachten. Ik was op zoek naar harde en snelle oplossingen, en kon maar
moeilijk accepteren dat praten en wachten het beste voor Jennifer was.
Nu, 3 maanden later, blijkt dat de dokter gelijk had, want de
combinatie van medicijnen, rust, en praten doen inderdaad wonderen.
Het is nog niet over, maar volgens de dokter heeft Jennifer enorme
progressie gemaakt.
PND’s zijn volgens mij niet te voorkomen, maar de afgelopen maanden
hebben me wel geleerd dat je als partner een groot deel van de
oplossing kan zijn. Hoe precies is moeilijk te zeggen, er staan geen
foldertjes in de wachtkamer van de huisarts wat te doen als je vrouw
een PND heeft. Maar met goed luisteren, samen besluiten professionele
hulp te zoeken, geduld en steun kom je een heel eind!